Gea II
Sheleg
Thúle
Kitesj
Alch. Bruiloft
Dit
Zeker
STOF
Onder de grond bottelt en ademt en wortelt het. De stof bolt er op.
Interessant?
 - Illustraties Dit
 - Swastika's
 - Voorbeeld Kitesj
Zoek naar

   op deze pagina
   op de website

zoeken  wissen
 

MUNIN NEDERLANDER
ZEKER

Publicaties / Zeker / Voorbeeld

Uitgeverij De Ster
Breda

Illustraties: Munin Nederlander, tenzij anders vermeld.
Muziek: Frans Smit.

CIP-gegevens Koninklijke Bibliotheek Den Haag.

Copyright© 1993

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any other form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the prior written permission of the publisher.

ISBN 9065560270

Deze uitgave kwam tot stand met behulp van de volgende personen
en instellingen:
Financiering: De leden van de financienngskring van de Stichting
Dichtdoor en van het Assurantie- en financieringskantoor J.N. Wink
en Zn.
Korrektie: Hans v.d. Willigen, Anja v. Vliet,
Public Relations: Alja Wormgoor-Werz (†), Wim Leys, Paul Wink.
Zetwerk: Saahabi Leenheer, Bente Tielkemeyer.

Gedrukt in een oplage van 500 exemplaren, waarvan de eerste 100 genummerd en de eerste 40 genummerd en gesigneerd.

VOORWOORD

Deze bundel is de opvolger van de gedichtenbindel DIT, Hilarion, Nijmegen, 1982. De hier bijeengebrachte gedichten schreef ik tussen 1982-1992. Ze zijn niet in volgorde van ontstaan gerangschikt, maar geordend in deelbundels die elkaar aanvullen. Bij enkele van de vijftien deelbundels is een pagina aantekeningen gevoegd. De vier deelbundels die elk uit één lang episch gedicht bestaan, zijn van een korte introduktie voorzien. De bundel bevat illustraties en enkele pagina's muziek bij een paar verzen uit de laatste deel bundel.
De deelbundel KITESJ verscheen eerder in: KITESJ EN DE RUSSISCHE GRAALLEGENDEN, De Ster, Breda, 1988,een geestes-wetenschappelijke studie van mijn hand over het Russische Graal-christendom, waarvan W.J. Belski's lange vertaalde gedicht 'Kitezj' -als zijnde een vervolg op de zogenaamde Kerkslavische Kitesj-legende - een eigentijds aspekt vormt.
Een woord van oprechte dank aan allen die in de colofon worden genoemd.
In het bijzonder dank ik mijn heengegane vrouw Alja Wormgoor-Werz, die mij in alles altijd trouw terzijde stond. Zonder de arbeid en de financiële ondersteuning van mijn vrienden en verwanten zou deze publikatie niet tot stand zijn gekomen.

Munin Nederlander

INHOUD

VOORWOORD 7 Eric van Os 55  
    Martin van Bemmelen 56  
INHOUD 9 Tom Tillemans 57  
    Lydia van der Meulen-Smit 58  
Toeeigeningsvers 15 Jelle van der Meulen (eersteversie) 59  
    Jelle van der Meulen (tweede versie) 60  
NATUUR 17 Michiel Strategier 61  
    J.E. 62  
Het eeuwig vrouwelijke in de natuur 19 H.V. 63  
Herfst 21 N.N. 64  
Winter 23 Grafschrift N. 65  
Voorjaar 25 Wensspiegel voor kinderen 67  
Zomer 26    De wens van Anneke    
Pruimeboompje 27    De wens van Kees (eerste versie)    
Bromvlieg 29    De wens van Kees (tweede versie)    
Muis 31    De wens van Margreet    
Slak 33    De wens van Anton    
Jonas I 34    De wens van Anke    
Jonas II 35    De wens van Joris    
Barricade 37      
Ofim 39 VOOR DE HELIAND 73  
- Aantekeningen 41      
    Dwergenbochel 75  
DE VRIENDEN 43 Liliputter 76  
    Vraatzuchtige 78  
Alja Wormgoor-Werz I 45 Lijdster aan anorexia nervosa 79  
Alja Wormgoor-Werz II 46 Reus 82  
Adrie Wormgoor-Bouter 47 Smetvreeslijder 83  
Gerrit Wormgoor 48 Dompteur 84  
Hannie Wormgoor 49 Eunuch 85  
Henno Wormgoor 50 Hartstilstand 86  
Ab Straatman 51 Kastanje 87  
Robert Herold 52 Dief 88  
John Brugman I 53      
John Brugman II 53      
Frans Smit 54      
         
De droom van M. 89 Eenzaamheid 141  
Tbc-patiënt 91 Gebed 142  
Blik 92 Faun 143  
Dood 93 Bezoek 145  
- Aantekeningen 95 Gnom 147  
    Mannequin I 148  
BIOGRAFIE 97 Magie parerend 149  
    Affichebedrog 151  
Ter attentie van Eelce Vrient 99 N.'s klacht 152  
Totaal 100 Bruid 153  
Mondjesmaat 101 Foto 154  
Science Promoting 103 Strategie 155  
Magie 105      
Reïnkarnatie I 107 GOED 159  
Seppoekoe 108      
Aken 109 Parfait 161  
Reykjavik (Rookbaai) 110 De oproep van het L.R. - september 1972; in het hart der nacht 163  
Huwelijk 111  
Geharnast 112  
Hoogtevrees 113 Puur 164  
Grafschrift 114      
Reïnkarnatie II 115 HET LIED VAN HEER HALEWIJN 167  
Rusland 2550 AD 117      
Oost-West-Midden 118 - Inleiding 169  
Motto 119 Grondtekst en transkriptie 170  
Het is 120 - Tekstverklaring 181  
         
KWAAD EN GOED 123 SIR GAWAN EN LADY RAGNELL 183  
         
KWAAD 125 - Inleiding 185  
    Gedicht 187  
Storm 127 - Tekstverklaring en Aantekening 203  
Mariene 128      
Diva 129 ANDROGYN 205  
Zomerpark 131      
Mutatie 134 Ontmoeting I 207  
Schaduwtechniek 135      
Sprinkhaan 137      
Dwergennacht 139      
Van kwaad tot erger 140      
         
Woord om Woord 209 Meester 257  
Voortijd I 211 Slechtvalkengel 258  
Voortijd II 213 Dwarsligger 259  
Voortijd III 215 Coach 261  
Ontmoeting II 216      
Toetsing 217 KITESJ 263  
Standbeeld 219      
Afscheid 220 a. Voorwoord bij de Kerkslavische versie van de Kitesjlegende 267  
Treurlied 221  
Onmogelijk 223 b. De vertaalde prozatekst van die legende (HET BOEK) 269  
Bij voorbaat 224  
Hart (vertaling van een gedicht van Christian Morgenstern) 225 a.b. Voorwoorden bij de versie van W.J. Belski van die legende 285
c. De vertaalde poëzietekst ervan, Bélski's gedicht, Akte I, II, III, IV 289
Conjunct 227  
Geheel en ten dele 229 Kitesj; Voorschouw 387  
Androgyn I 230 Dick's droom over Kitesj (22/23 april 1988) 389  
Androgyn II 231  
Androgyn III 232      
Sopraan-tenor 233 EUGENETIEK 393  
Ballet 234      
Tekst 235 Verschil 395  
    Moeder 397  
SPARRINGPARTNER 237 Eugenetiek I 398  
    Eugenetiek II 399  
BEELD VAN LICHT 239 Evocatie 400  
         
Spiegel 241 TERUGBLIK 403  
Mariaplein 242      
Zij (vrij naar een vers van Rumi) 243 Oefening 405  
Schutsgeest 245 Littekens 406  
Statue 247 Verkering 407  
List 248      
         
BEELD VAN VUUR 251 OBELISK 467  
         
Mes 253 De Verloren Zoon 469  
Gebed 255 Kerstmis 470  
Schaduw 256 Pasen 471  
    Gids 472  
TECHNIEK 409 Verjaardag 473  
    Christus' Wederkomst 475  
De crypt van sneeuw oftewel de Shelegcrypt (citaat) 411 2528 AD 479  
Christus 480  
Microcosmos 415 Gebed 481  
Fragment (vertaling/transkriptie van een gedichtfragment van Johannes von Guenther) 416      
MUZIEK 485  
     
Kitesj' herrijzenis (slotvers) 505  
Tempel 418 Kitesj' herrijzenis (slotvers) 505  
Ransom 419      
Hemelvaart 420      
De Shelegcrypt 421      
Alètheia 423      
De arbeid die Eros adelt voor Psyché 424      
Het lijden van Psyche voor Eros 426      
De droom van Wim Leys, begin november 1985 431      
     
- Aantekeningen 433      
         
HET DROOMLIED VAN OLAF 435      
ASTESON        
         
- Inleiding 437      
Gedicht I, II, III, IV, V, VI. 457      
J.CH. 457      
         
DOMINICAAN EN MOOR 459      
         
Antroposofen 461      
Evolutie I (transkriptie van een gedicht van Christian Morgenstern) 462      
     
     
Evolutie II (transkriptie van een tekst van Rumi) 464      
     


GEDICHTEN

De wereld van schijn

Toeegenigsvers

Dit is de wereld van schijn
waarop wij te gast zijn
en voort moeten, tot we
begrijpen dat lust en verdriet
er niets meer toe doen,
omdat we roerloos zijn
geworden en van niemand
gescheiden in het gevoel.


BROMVLIEG

Ik ben de zoemer Brom,
kriskrasse ééndagvlieger,
zwart,
de Artapappa onder vliegen.

De mensen zeggen: - Bah,
alweer zo'n viezerd.
Ze trachten me te vangen als
ik om te smullen poep
verwissel voor hun snoep -.

Maar ik ben handiger dan zij:
Wanneer ze meppen, vlieg ik
absoluut niet van ze weg, -
maar naar ze toe.

Een tik! Mis!
Ik schrik niet eens,
herstel me vliegensvlug
voor een herhalingsexercitie;

ik, simpel parasiet,
slechts vlieger van beroep,
vertrouw op m'n geluk.


J.E.

Satansdag kwam ik tot zelfkennis,
zwarter dan heiligschennis:

In het Vesuviusvuur van mijn schuimende buik
huist de zwarte trompetkever
Amrachar:
Eén meter lang,
één meter breed,
één meter hevig onkuis.

Toen hij vernam, dat ik zag
hoe intens hij er was,
hield hij meer dan een beest in mij huis.

Ruim een uur per minuut
moest ik toen met hem leven,
decennia lang. Gekoppeld en bang.

Op den duur vond ik rust,
had geluk en betrad op de wijze die mij,
enkel mij, op het lijf staat geschreven,
de weg van de Roos en het Kruis.

Ik versliep misschien niet
mijn Bevrijdingsdag,
waarop God mij het Kwaad heeft vergeven.


N.N. (†)

God liet mij leven, zo zonder maat,
dat ik vandaag over tachtig jaar heen groei.

Eerst werd ik oud, toen moe, toen dwaas.

Zachter dan suiker vocht zoet maakt
lijkt nu mijn huid te ontrimpelen.

Maan vult mijn maag.
Zon goudt mijn borst. Wat een ochtend!

Vol van het feest der vlinderen
voel ik mij langzaam verkinderen.


SEPPOEKOE

Ritueel kerf ik mijn buik.
De ochtend juicht
nu iedere avond is vergeten.
Het zelfmoordmes geneest.
Naar dit uur heb ik toegeleefd.

Geen geluid.
De tatami en 't witte kleed
lagen een leven lang gereed.
Het Joshitómozwaard
hijgt in zijn nauwe schede.

Ik hoor de bloemen breken.
En de rijst.
Er gaat niets fout.
Mijn secondant is té bedreven.

Hij krijgt mijn laatste woord:
- Verlos me van de pijn,
niet voor de tweede snede -.

O, ik ben samoerai.
Naar dit uur heb ik toegeleefd.


SPRINKHAAN
(Bij een houtsnede van Escher)

Ik lig terneer in een crypt, dood,
nog vervlakter dan horizontaal,
met wijn en brood,
gist voor een laatst' avondmaal.

Slapende zou ik mij kunnen warmen
aan weleer, - ik was een groot heer -,
ware het niet dat ik hier
word benaderd door een dier.

Het scheert over mij heen,
veegt uit mijn hart bloed en naam,
zetelt vertrouwelijk
op mijn nu ouwelijk bruidegomsdeel.

Het rituaal van het boze kontakt start.
O, ik paar met een bidsprinkhaan.


FAUN

Ik ben een faun
in 't diepst van mijn verlangen.

Eén keer te paren met een vrouw
van vlees en bloed
is waar het mij om gaat:
't Bokscelibaat maakt mij maar down
en hangerig.

Staart, vacht en poten til ik in
de broek en jas van een charmeur.
Een after-shavegeur hult mij in een heer-lijk waas.
U kunt mij Maurits noemen.

En nu mevrouw ...
begeef ik me naar jou.
Ik voel je ziel al warmer worden.

- Omdat ik lang voordien
je in 't geheim beviel? -

Je ademhaling wordt,
zodra we oog in oog staan,
als een actinide* instabiel.

* radioaktief element


Bijslaap

VOORTIJD II

Ooit, in de bijslaap, verschierp ik
je voelspriet en meeldraad:
De raadsel organen waardoor we al parende
zelf verkinderden. Liefste, we waren
uniek.

Maar.. nu je slaapt met je hoofd van me af,
word ik oud. Ik neem wraak,
knip het mooiste en liefste orgaan van je af.

We zijn ziek; hinderen elkaar uit alle macht,
radeloos, redeloos, blind van verdriet.
In ons schuimt pauzeloos erotiek.


VOORTIJD III

Gewichtloos, in het Witland van eertijds,
vielen we samen, overmand
door slaap en één van hart.
Maar door een kleinigheid,
ik weet niet wat,
begonnen we als razenden te draaien,
oog om oog en tand om tand.
Hoe vrees ik nu de tol die we betalen.

Ik knipte het volmaaktheidsvlies
uit je intiemste delen.
En spande het als vel
om 't raamwerk van een reuzentrom
en trommelde daarop een vers per dag.
Ik riep je om te paren.

Toen groef ik, levende uit alle macht,
me niettemin een donker graf. En legde me daar in,
tenslotte dood door een behoefte aan de strengste straf.


Standbeeld

STANDBEELD

Versteend in net die handeling
waarmee ik je heb overmand,
heeft weer en wind ons transparant gemaakt.

We zijn een paar, tot beeld verstand. Het is te zien hoe je organen branden onder mijn glazen huid en haar.

 


TREURLIED

Na jaren weet ik je begraven
in wat ik door de tijd vergeet.

En dat we duizelend paarden
onder een hoek van 1000 graden
geloof ik achteraf niet meer.

De spanning in de lucht
was toen als nu
1 atmosfeer.

Nu al gelukt het niet
je en profile te tekenen.
Je ledematen twijgen weg
tot strepen,
zielloos, ongepassioneerd.

Ik droom je aan de keerzij van de wereld
tot een kegel, leeggesneden,
met een lege buik.

Het juicht me - zonder partner - op tot teelt.
In laatste teling - deze treurzang - dwing ik je
een laatste tel tot leven, -
waarna ik je vergeet.


ANDROGYN I

Hardnekkig zoekend naar contact met jou
word ik, uiteindelijk bij jou,
als man zachtvochtig als een vrouw.

Jij slaat, als vrouw jezelf vermannend, plots
je haar en armen om mijn tors. Ik voel
hoe zich daardoor mijn rug herschoudert
en verbladt. Je har(d)t je in mijn borst,
maar zonder in het bloed de overhand te nemen.

Je benen staan in die van mij geplant:
We dwalen van vandaag af
geen seconde van elkander af.

Wanneer we van elkaar het fijne willen weten
voelen we elkaar niet langer aan de tand:
Ons inzicht in de ander werd constant.


ANDROGYN II

Bij 't wisselen van de laatste kus
heb jij je in mij afgedrukt,
doordringender dan oog in oog,
totaler nog dan rug aan rug,
intiemer dan een engel bukt.

Dwars door mijn lippen neus en blik
gloeit jouw gezicht. Je borsten staan
op mijn borst stipt. Gewricht
schroeft in gewricht. De paring lukt.

Ik voel hoe zonder roes en lust
je bloed in mijn bloed groept,
vermenging zoekt. We zijn ons van
elkaar als stroom door draad bewust.


ANDROGYN III

Als grint op grond gestort,
zo zijn we op elkaar gevallen.
Maar hoe en waar is ons
uiteindelijk ontvallen.

We zijn na een kwartaal van 't sterrenjaar
misschien nog steeds een paar,
maar androgyn,
volledig van elkaar doordrongen.

Iets echter rest ons uit voorheen:
We graven alsmaar het verleden op,
en vinden in 't Illusium,
halfweg 't Spermatozoïcum,
twee mummies, naakt,
door hartstocht overmand.

We staan
verbijsterd aan de kant.
Zo zat dat dus, zo onverkort;
zo zijn we op elkaar gevallen,
als grint op grond gestort.


SOPRAAN-TENOR

Hoor! Onze stemmen paren zich sonoor,
- sopraan, tenoor -,
als hadden we elkaar
na 't slepend, uitgebreid recitatief
in dit duet lichamelijk lief.

Dit lied zal automatisch verdergaan,
zodra het met ons zingen is gedaan,
een halve toon verlaagd misschien
om dieper in te dringen in de ziel.

Hoor! Onze stemmen paren zich als maan en zon,
- mezzosopraan, basbariton -


TEKST

Ik taal naar tekst, ertssterk
en zo geweldig ritueel
dat zij je ogen, neus en mond verbeeldt,
je tors herschept,
je ledematen uit den doden wekt.

Ik vind een naam voor jou alleen
en sla die als een mantel om je heen.

Je staat me voor de geest,
van top tot teen.

Eén kleine, kleine stap nog maar,
dan zijn we weer een paar,
een paar in één, in mij alleen.


Spiegel

SPIEGEL

Gezeten voor de spiegel valt
mijn beeld me op als iets
dat tegen zit:

Beslist, ik ben het;
maar niet zelf, niet stipt.

Het zit hem in het licht.
Vuur knispert
tussen mij en ik.

Ik merk: Ik ga gebrandmerkt met
mijn eigen aangezicht.

Ik kniel,
en ga gebukt
onder mijn eigen overwicht.

© muninnederlander.nl